Gids voor gordelmontage

Veiligheidsgordels en gordelmontage in raceauto's

Een racegordel houdt je lichaam op de juiste plek tijdens een impact. De werking hangt af van bandgeleiding, bevestigingshoeken, gesp en afstelling. Lees hoe een zespuntsgordel samenwerkt met de stoel en een FHR-systeem.

Lees over correcte montage

Kernpunt

De hoek bepaalt de krachtlijn

Een gordel is een precisie-instrument. Een band die te hoog, te laag of gedraaid loopt, kan de belasting op het lichaam veranderen.

6 bevestigingsrichtingen
FIA norm op het label

01 · Anatomie

Anatomie van een zespuntsgordel

De zes banden verdelen de belasting over schouders, bekken en bovenbenen. Beweeg over een label voor een korte uitleg.

Schouderbanden
houden de romp tegen
Heupbanden
liggen laag over het bekken
Kruisbanden
voorkomen onderuitzakken
Gesp
centraal en bereikbaar
Verstellers
voor nauwkeurige afstelling

Waarom zes punten?

De schouder- en heupbanden houden de romp vast. De twee kruisbanden beperken het risico dat het lichaam onder de heupband schuift.

Afstelling hoort erbij

Span de banden zittend in de racepositie. Ze moeten vlak liggen, nergens draaien en stevig aansluiten zonder ademhaling of beweging te blokkeren.

Een gordel werkt als geheel.

Band, stoel, bevestigingspunt en FHR moeten bij elkaar passen.

02 · Normering

FIA 8853-2016: wat de norm inhoudt

De norm beschrijft onder meer de bandconstructie, de gesp en de weerstand tegen verlenging. Controleer altijd het actuele sportreglement van jouw klasse.

Onderdeel Waar je op let Praktische betekenis
Bandmateriaal Breedte, stiksel en slijtage De band moet vlak lopen en zijn vorm behouden.
Gesp Drukknop of draaimechanisme De ontgrendeling moet bereikbaar zijn met racehandschoenen.
Label FIA-markering en fabricagedatum Leesbaarheid helpt bij controle van de geldigheid.
Levensduur Reglement en datum op het label In veel toepassingen geldt vijf jaar vanaf fabricage; controleer de eigen klasse.

Homologatie is geen montagebewijs. Een FIA-gordel kan alleen goed functioneren wanneer de bevestigingsogen, hoeken, stoel en geleiding correct zijn gekozen. KNAF-regels kunnen per discipline aanvullende eisen stellen.

03 · Montage

Bevestigingspunt en hoeken: de kritische details

Monteer vanuit de zitpositie. De band moet in een rechte lijn naar het bevestigingspunt lopen, zonder scherpe rand of onverwachte knik.

Schouderbanden

Richtwaarde: 0° tot -20° ten opzichte van horizontaal. Te steil naar beneden verhoogt de druk op de schouders.

0° tot -20°

Heupbanden

Richtwaarde: 45° tot 60° naar achteren. De band hoort laag over het bekken te liggen, niet over de buik.

45° tot 60°

Stevige ankers

Gebruik geschikte bevestigingsogen, doorgaans M10 of groter, met steunplaten waar de constructie dat vraagt.

Kruisbanden

Laat ze door de daarvoor bedoelde stoelopening lopen. De lengte moet afstelling zonder drukpunten mogelijk maken.

Geen gedraaide banden

Een verdraaiing verandert het contactvlak en kan de band op een verkeerde plek laten drukken.

04 · FHR-integratie

Gordelgeleiding met een FHR-systeem

De schouderbanden horen precies over de daarvoor bestemde geleiders van het FHR-device te lopen. Zo blijft de positie van de banden voorspelbaar bij een belasting.

Eerst aantrekken, daarna controleren. De banden mogen niet onder of naast het device lopen en mogen nergens verdraaid zijn.

Controle in drie momenten

  1. 1Ga volledig achterin de stoel zitten.
  2. 2Leg beide schouderbanden door de FHR-geleiders.
  3. 3Stel de banden af en controleer opnieuw na het vastgespen.

Foute FHR-gordelgeleiding kan de belasting op de schouders vergroten. Volg de montage-instructies van het gebruikte systeem.

05 · Disciplineverschillen

Verschillen per type raceauto

De auto bepaalt waar de ankers komen. Het reglement bepaalt wat is toegestaan.

Single-seater

De gordels zitten vaak direct aan het chassis. De cockpit is krap, waardoor bandhoeken en gespbediening extra nauwkeurig moeten worden gecontroleerd.

GT-auto

Een racekuip, rolkooi en interieurversterking beïnvloeden de positie van de bevestigingspunten. Zespuntsgordels zijn hier gebruikelijk.

Rallyauto

Bestuurder en navigator moeten de ontgrendeling snel kunnen bedienen. Een vierpuntsconfiguratie kan in sommige klassen zijn toegestaan; controleer het actuele reglement.

Toerwagen

De standaard bevestigingspunten en de kooi bepalen hoeveel aanpassing nodig is. Een fabrieksgordel is geen automatisch geschikt race-anker.

06 · Voor elke rit

Controleer je gordels voor elke rit

Een korte controle kost weinig tijd. Voer haar uit voordat je de pitstraat in rijdt.

Na een zware crash vervangen.

Gordels kunnen intern zijn uitgerekt terwijl de schade aan de buitenkant nauwelijks zichtbaar is.

Bandweefsel

Controleer rafels, sneden, verkleuring en harde vouwen.

Gesp

De gesp moet soepel sluiten en zonder hapering ontgrendelen.

Bevestigingspunten

Controleer ogen, bouten, steunplaten en zichtbare speling.

Geleiding en FHR

De banden liggen vlak en lopen correct door de stoel en FHR-geleiders.

Homologatielabel

De FIA-markering en fabricagedatum zijn leesbaar en passen bij het reglement.

Praktisch toegepast

Maak van montage een vaste routine.

Lees de controlepunten opnieuw naast je auto en vergelijk ze met het reglement van jouw discipline. Bij twijfel laat je de installatie beoordelen door een deskundige monteur.

Bekijk de checklist